Zoeken op

Zoeken op

Alles

15 december, 2021

Eindejaarstips personeel

Vanaf 1 januari 2022 mogen werkgevers een vrijgestelde thuiswerkvergoeding geven van €2 per dag. Daarnaast is de bijtelling op de auto van de zaak verlaagd tot 6%. Ook komt de premieloonsom aan bod. Wist je dat met ingang van 2022 twee wijzigingen zijn die van belang zijn voor de vaststelling of een medewerker in aanmerking komt voor de hoge of de lage WW-premie?

Meer artikelen
werkkostenregeling

Thuiswerkvergoeding

Vanaf 1 januari 2022 mogen werkgevers een vrijgestelde thuiswerkvergoeding geven van €2 per dag. Deze thuiswerkvergoeding kan net als de reiskostenvergoeding in de vorm van een vaste vergoeding worden uitbetaald, maar mag ook op basis van de daadwerkelijke thuiswerkdagen door werkgevers worden vergoed. De thuiswerkvergoeding is ter dekking van de extra kosten van het thuiswerken zoals elektriciteit, koffie en dergelijke. De €2 is een forfaitair bedrag en hoeft in tegenstelling tot andere vaste kostenvergoedingen niet onderbouwd te worden. Let op: er mag voor dezelfde werkdag geen samenloop zijn met een gerichte vrijstelling voor reiskosten of vervoer vanwege de werkgever! Het is dus zaak om jouw administratieve organisatie hierop aan te passen. Zie ook onze eerdere nieuwsbrief.

Als je als werkgever in 2021 nog vrije ruimte over hebt, kun je alleen nog in december aan jouw personeel een onbelaste uitkering doen (kasstelsel). Houd hierbij wel rekening met de gebruikelijkheidstoets. Hieraan wordt in ieder geval voldaan als de vergoeding op jaarbasis niet meer bedraagt dan €2.400 per werknemer.

Bijtelling auto van de zaak

Met ingang van 1 januari 2022 wordt de korting op de bijtelling verlaagd tot 6%. Voor auto’s zonder CO₂-uitstoot met een datum 1e toelating op of na 1 januari 2022, geldt zo een verlaagde bijtelling van 16%. Daarvoor geldt de korting van 6% alleen over de eerste €35.000 cataloguswaarde. Voor het deel van de grondslag boven de €35.000 geldt de algemene bijtelling van 22%. De korting op de bijtelling is niet gemaximeerd voor waterstofauto’s en auto’s met zonnepanelen. De korting van 6% is dan van toepassing op de volledige cataloguswaarde.

Beschikking gedifferentieerde premie werkhervattingskas

Op 27 november 2021 zijn de beschikkingen en mededelingen gedifferentieerde premie Werkhervattingskas aan de werkgevers verzonden. Tegen de beschikkingen kan bezwaar worden gemaakt binnen 6 weken (voor 8 januari 2022). Wij adviseren je om deze termijn niet te laten verlopen. Voor middelgrote en grote werkgevers is de premie afhankelijk van hun instroom in Ziektewet en WGA in 2020. Het is van belang te controleren of de instroom terecht is toegerekend. Hiertoe kan (pro forma) bezwaar worden gemaakt tegen de beschikking en kan de instroomlijst worden opgevraagd.

Met ingang van 2022 geldt er een herdefiniëring van de kwalificatie van kleine, middelgrote en grote werkgever. Dit heeft te maken met de invoering per 2022 van de premiedifferentiatie Aof (Arbeidsongeschiktheidsfonds). Hierdoor hebben kleine werkgevers een tegemoetkoming voor de kosten van de loondoorbetaling bij ziekte.

In 2022 geldt de volgende verdeling voor werkgevers (gebaseerd op de premieloonsom in 2020):
• kleine werkgever: premieloonsom ≤ € 882.500;
• middelgrote werkgever: premieloonsom > € 882.500 en ≤ € 3.530.000;
• grote werkgever: premieloonsom > € 3.530.000.

Door het verhogen van de premieloonsomgrens zal het aantal kleine werkgevers aanzienlijk toenemen. Dit betekent ook dat deze werkgevers vanaf 2022 de sectorale premie gaan betalen.

Iedere werkgever krijgt overigens bericht van het UWV als aan een werknemer een Ziektewet- of WGA uitkering wordt toegekend. Op dat moment kan hij als belanghebbende bezwaar maken of actie ondernemen om de schade te beperken. Wachten tot het effect heeft in de hoogte van de gedifferentieerde premie heeft als gevolg dat er veelal geen rechtsmiddelen tegen de oorzaak meer open staan!

Wij kunnen je behulpzaam zijn bij het beoordelen van en bezwaar aantekenen tegen de beschikking(en) premie werkhervattingskas.

Wijzigingen inzake de toepassing van de hoge en lage premie WW

Met ingang van 2022 zijn er twee wijzigingen die van belang zijn voor de vaststelling of een medewerker in aanmerking komt voor de hoge of de lage WW-premie. Het verschil tussen beide premies is 5%.

Vervallen tijdelijke Coronamaatregel > 30% herziening

In de wet- en regelgeving is opgenomen dat in de volgende situatie geen lage WW-premie afgedragen mag worden:
• een medewerker heeft een schriftelijk arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en vaste urenomvang voor minder dan 35 uur per week; en
• deze medewerker werkt gedurende een heel kalenderjaar meer dan 30% extra uren dan volgens de arbeidsovereenkomst overeengekomen.

Als deze situatie zich voordoet, moet de lage WW-premie herzien worden naar de hoge WW-premie. Dit wordt daarom ook wel de ‘30% herzieningssituatie’ genoemd. De werkgever moet aan het einde van het kalenderjaar de WW-premie herzien en het verschil tussen de hoge en de lage WW-premie via een correctiebericht afdragen.

Voor de jaren 2020 en 2021 is al een tijdelijke coronamaatregel de 30% herzieningssituatie tijdelijk opgeschort, waardoor de werkgevers de herziening achterwege mochten laten.

Deze regeling gaat voor het jaar 2022 voor het eerst toegepast worden. Houd hier dus rekening mee voor medewerkers met een vaste arbeidsovereenkomst van minder dan 35 uur per week die veelvuldig extra (over)werken. Per jaar kan dit per medewerker oplopen tot bijna €3.000 extra werkgeverslasten. Voor het jaar 2022 kan de andere wijziging mogelijk een tijdelijke oplossing bieden.

Medewerkers met gelijktijdige meerdere arbeidsovereenkomsten bij dezelfde werkgever

Bij de invoering van de WAB heeft de minister het standpunt ingenomen dat op het moment dat een medewerker bij een werkgever gelijktijdig een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd heeft, dit gezien moet worden als twee verschillende overeenkomsten. Voor het contract voor onbepaalde tijd kan (mits aan alle voorwaarden is voldaan) de lage WW-premie worden toegepast en voor het contract voor bepaalde tijd moet de hoge WW-premie worden toegepast. Onlangs is hier in de rechtsspraak anders over geoordeeld, en aangegeven dat niet in alle situaties gesproken kan worden van twee verschillende arbeidsovereenkomsten, maar van slechts één arbeidsovereenkomst.

De minister beraadt zich op nieuwe wetgeving om voor deze situatie een oplossing te vinden. Deze nieuwe wetgeving zal niet eerder dan per 1 januari 2023 in werking treden.

De minister heeft daarom aangegeven dat tot inwerkingtreding van de nieuwe regelgeving, een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (met instemming van medewerker) tijdelijk kan worden uitgebreid zonder dat dit een tweede arbeidsovereenkomst of oproepovereenkomst wordt. Tevens mogen werkgevers over alle uren van deze arbeidsovereenkomst de lage WW-premie (blijven) afdragen.

De minister heeft tevens aangegeven dat werkgevers die vanaf 2020 de hoge WW-premie hebben toegepast, omdat ze een bestaande arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tijdelijk hebben uitgebreid of een tweede arbeidsovereenkomst hebben gesloten, de hoge WW-premie met terugwerkende kracht kunnen corrigeren. Hoe dit in zijn werk gaat, is nog niet bekend gemaakt. Uiteraard zullen wij jou hierover informeren als er meer duidelijkheid is.

Advies

Heb je in 2022 medewerkers in dienst en voorzie je dat zij nog veel moeten overwerken. Hebben ze ook een contract voor minder dan 35 uur per week? Verken dan of het voor jou interessant is om de arbeidsovereenkomst tijdelijk uit te breiden.

Heb je vragen op personeelsgebied? Neem dan contact met ons op.

Neem contact op