Zoeken op

Zoeken op

Alles

12 januari, 2022

Gevolgen van de box 3 uitspraak van de Hoge Raad

Op 24 december 2021 heeft de Hoge Raad een spectaculaire uitspraak gedaan met betrekking tot de heffing over het vermogen over de jaren 2017 en 2018. Omdat de systematiek in de jaren daarna overeenkomstig is, is deze uitspraak dus ook voor die jaren van groot belang.

Nanda Verhoeven
Belastingadviseur

Beslissing van de hoge raad

De beslissing van de Hoge Raad komt er op neer dat de sinds 2017 geïntroduceerde vermogensmix in strijd is met het Europese recht. In de vermogensmix wordt er weliswaar een lager fictief rendement toegekend aan sparen dan beleggen, maar naarmate het vermogen toeneemt, wordt ervan uitgegaan dat er meer vermogen belegd wordt waarover vervolgens nog een hoger fictief rendement belast wordt. Voor het box 3-inkomen moet volgens het rechtsherstel dat de Hoge Raad heeft toegepast uitgegaan worden van het daadwerkelijk behaalde rendement in plaats van het, vooral bij sparen, veel hogere in de wet bepaalde ‘fictieve’ rendement.

Omdat dit een massaal bezwaarprocedure betrof, zal op de gemaakte bezwaren in één keer uitspraak worden gedaan. Het is nog lastig te zeggen of de uitspraak alleen ziet op belastingplichtigen die vooral veel spaargeld hebben en of ook zij die geen bezwaar hebben gemaakt, kunnen profiteren van de uitspraak.

Wil je extra achtergrond informatie? Lees dan hieronder verder.


Box 3-inkomen

In box 3 wordt een inkomstenbelasting van (inmiddels) 31% geheven over de inkomsten uit vermogen. De  inkomsten worden niet vastgesteld op basis van de werkelijk genoten voordelen minus de kosten, de wet veronderstelt namelijk een (fictief) rendement dat meestal uit komt tussen 4,37% en 5,53%.

Door de al jaren lage rente op spaargeld en het daarmee niet in lijn lopende fictieve rendement, lopen er diverse procedures tegen deze heffing in de inkomstenbelasting. Omdat veel mensen al jaren hiertegen bezwaar maakten, zijn deze procedures aangemerkt als massaal bezwaar. Hierdoor kunnen ze in één keer afgedaan worden in plaats van ieder bezwaar individueel te behandelen.

Lange tijd heerste de gedachte dat mee doen aan de massaal bezwaarprocedures zinloos was. Elke keer weer trokken belastingplichtigen bij massaal bezwaarprocedures  uiteindelijk aan het kortste eind of werd er weliswaar door de rechter geoordeeld dat een regeling in strijd was met het Europese recht, maar vond de rechter dat de politiek aan zet was om de wet aan te passen en bood de Hoge Raad met andere woorden geen rechtsherstel.

In deze procedure liep het anders.  Advocaat-Generaal (A-G) Niessen van de Hoge Raad concludeerde op 1 november 2021 dat de huidige box 3-heffing in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en daarom niet op de huidige wijze mag worden toegepast. Een A-G komt in belangrijke procedures vooraf met een advies aan de Hoge Raad. Dit advies wordt lang niet altijd gevolgd, maar gaf wel het gevoel dat de massaal bezwaarprocedures toch eens minder kansloos konden zijn dan verwacht.

Toen kwam op de dag voor kerst 2021 het oordeel van de Hoge Raad. Voor spaarders was het forfaitaire inkomen van box 3 in het jaar 2017 en 2018 in strijd met het recht op ongestoord genot van eigendom van art. 1 Eerste Protocol en het discriminatieverbod uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.. De vanaf 2017 geïntroduceerde vermogensmix die er vanuit gaat dat als je een groot vermogen hebt je ook meer rendement maakt is niet acceptabel. Tot (bijna) ieders verassing bood de Hoge Raad bovendien rechtsherstel, iets dat eerder steeds niet was gebeurd. De Hoge Raad bepaalde in het individuele geval van de belastingbetaler die naar de Hoge Raad was gestapt dat het box 3-inkomen gelijk was aan het werkelijke rendement in plaats van het forfait.

De uitspraak van de Hoge Raad is helder, maar geeft ook veel vragen. Geldt de uitspraak alleen voor het rendement op spaargeld waarbij een kleine aandelenportefeuille wordt aangehouden? Mag je gemaakte kosten van het rendement aftrekken? Worden ook belastingplichtigen die geen bezwaar hebben gemaakt gecompenseerd? Hoe zit dit met fiscale partners waarbij de een wel en de ander geen bezwaar heeft aangetekend? We wachten vol spanning de reactie van de Belastingdienst en wetgever af. De Belastingdienst heeft inmiddels laten weten deze maand nog met een reactie te komen. De Staatssecretaris van Financiën zal de vele Kamervragen moeten beantwoorden die inmiddels door meerdere Tweede Kamerleden zijn gesteld.

Kan de uitspraak ook nadelig uitpakken voor als het werkelijke rendement juist hoger was dat het forfait? Nee, in dat geval kun je je zich altijd beroepen op de wettelijke regeling, dus het fictieve rendement. Het is dus zaak uit te rekenen wat voor jou het meest voordelig uitpakt.

Wat nu?

Het is in ieder geval raadzaam om (alsnog)  bezwaar aan te tekenen tegen inkomstenbelasting aanslagen die nog niet definitief zijn, en waarschijnlijk ook straks tegen de nog in te dienen aangiften 2021. Niet alleen aanslagen over 2017 maar ook over jaren erna. Neem hiervoor contact op met uw relatiebeheerder of contactpersoon bij Moore MTH!

Zijn de aanslagen al definitief? Het handigst is om de reactie van de Belastingdienst af te wachten. Er is een kans dat ook belastingplichtigen die geen bezwaar hebben gemaakt kunnen meeliften op de uitspraak van de Hoge Raad. Is dat niet het geval? Dan kun je nog een verzoek om ambtshalve vermindering doen. Dit is als het ware een soort laat bezwaar in het geval een belastingaanslag onjuist is. Dit kan binnen vijf jaar na het betreffende belastingjaar. Volgens de wet kan dat echter niet als de onjuistheid is veroorzaakt door nieuwe jurisprudentie, maar het Ministerie van Financiën kan hier van afwijken. Omdat de vijfjaartermijn voor 2017 voorlopig nog niet vervalt, lijkt het ons handig het bericht van de minister af te wachten.

Biedt de minister geen escape? Dat wil nog niet zeggen dat een verzoek om ambtshalve vermindering dan maar niet gedaan moet worden. Omdat in de ogen van de Hoge Raad sprake is van schending van Europees recht, kan het zo zijn dat de Nederlandse bezwaartermijnen er niet toe doen. De kans is klein, maar dat dachten we over het bezwaar maken net zo….

Buitensporige last

De massaal bezwaarprocedures gaan overigens niet over de vraag of er sprake was van een onevenredig hoge belastingheffing voor een individu. Deze zogenoemde ‘buitensporige last‘ moet namelijk juist wel individueel behandeld worden. Slechts in uitzonderlijke gevallen is geoordeeld ten gunste van belastingplichtige. De lijn die uit de uitspraken getrokken kan worden is dat er alleen sprake is van een buitensporige last als de belastingplichtige op het vermogen moet interen om de box 3-heffing te kunnen betalen omdat er te weinig inkomen is. Dit speelt dus alleen als iemand nagenoeg geen inkomen heeft, maar juist een heel hoog vermogen waarop minder rendement is behaald dan nodig om de box 3-heffing mee te betalen. Denkt je dat dit bij jou speelt? Neem in dat geval ook contact op met jouw relatiebeheerder of contactpersoon bij Moore MTH om te overleggen.

Neem contact op