Zoeken op

Zoeken op

Alles

Tips voor ondernemers in de inkomstenbelasting

In deze special eindejaarstips volgen tips voor ondernemers die inkomstenbelasting moeten afdragen. Lees verder!

ondernemers inkomstenbelasting

1. Investeer nog in 2023 energiezuinig

De energie-investeringsaftrek, EIA, wordt in 2024 verlaagd van 45,5 naar 40%. Ben je toch al van plan binnenkort energiezuinig te investeren, doe dit dan zo mogelijk nog in 2023. Houd wel rekening met aanverwante effecten, zoals de invloed op de hoogte van jouw winst en de invloed op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek.

2. Beoordeel de hoogte van jouw winst

Aan het eind van het jaar heb je meer duidelijkheid over jouw winstpositie. Beoordeel of jouw winst in lijn ligt met de verwachtingen. Wellicht kom je in de inkomstenbelasting net in het hoogste tarief. Het kan dan aantrekkelijk zijn om jouw winst te verlagen door bijvoorbeeld kosten of een geplande investering naar voren te halen. Houd hierbij wel rekening met de invloed die dit heeft op jouw totale kleinschaligheidsinvesteringsaftrek.

Andersom kan het lucratief zijn jouw winst juist te verhogen als je naar verwachting dit jaar in een lager tarief valt ten opzichte van volgend jaar. Hierbij speelt ook een rol dat de mkb-winstvrijstelling volgend jaar verlaagd wordt van 14 naar 13,31%. Let hierbij ook op de invloed van inkomensafhankelijke heffingskortingen op de te betalen belasting. Laat het effect berekenen door jouw adviseur.

Tip! Wijkt jouw winst af van de verwachtingen, vraag dan op tijd een nieuwe voorlopige aanslag aan. Hiermee voorkom je de hoge belastingrente van 6% (waarschijnlijk zelfs 7,5%) en je verlaagt jouw vermogen in box 3. In box 3 levert dit overigens vooral een voordeel op als de onttrokken financiële middelen bestonden uit beleggingen. Bij een teruggave voorkom je dat jouw geld renteloos uitstaat bij de Belastingdienst.

3. Welke beloning voor meewerkende partner?

Is jouw partner niet bij jou in loondienst, maar werkt hij of zij wel mee in het bedrijf, dan kun je hiermee fiscaal rekening houden. Je kunt kiezen voor de meewerkaftrek, dit is een percentage van de winst dat afhankelijk is van het aantal meegewerkte uren. Je kunt echter ook kiezen voor de arbeidsbeloning. Dit moet een reëel uurloon zijn voor de verrichte werkzaamheden en dient in een jaar minimaal € 5.000 te bedragen. Jouw partner wordt hier zelfstandig voor belast.

Via de arbeidsbeloning kun je voorkomen dat bij jouw partner heffingskortingen verloren gaan. Bepaalde heffingskortingen kan jouw partner, als die zelf te weinig inkomen heeft, namelijk niet meer uitbetaald krijgen. Het betreft de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Alleen partners die vóór 1 januari 1963 geboren zijn, kunnen de algemene heffingskorting nog wel uitbetaald krijgen, op voorwaarde dat hun partner voldoende belasting betaalt. Door jouw partner een arbeidsbeloning toe te kennen, kan jouw partner de heffingskortingen (deels) zelf benutten.

Let op! De meewerkaftrek heeft geen gevolgen voor het inkomen van jouw partner. De arbeidsbeloning wel, want jouw partner wordt hiervoor zelf belast en betaalt hierover ook premies Zvw. Bereken wat voor jou de voordeligste optie is en pas deze toe. Houd hierbij ook rekening met het eventueel verloren gaan van de heffingskortingen. Je mag jaarlijks voor een andere beloningsvorm kiezen als je dat wilt. Zorg wel dat je een eventuele meewerkbeloning schriftelijk vastlegt en ook daadwerkelijk betaalt. Voor de meewerkaftrek is dat niet nodig.

4. Optimaliseer jouw (kleinschaligheids)investeringsaftrek (KIA)

Als je investeert, heb je als ondernemer in beginsel recht op de investeringsaftrek voor kleinschalige investeringen. Er geldt wel een aantal voorwaarden, waaronder een minimum investeringsbedrag. Dit bedrag is voor 2023 bepaald op € 2.601. De KIA krijg je bovendien alleen voor investeringsgoederen waarop je moet afschrijven. Dit betekent dat het bedrijfsmiddel minstens € 450 moet kosten. Investeer je in 2023 in totaal dus minstens voor € 2.601 aan bedrijfsmiddelen die ieder minstens € 450 kosten, dan heb je recht op de KIA.

Tip! Zit je dit jaar met jouw investeringen net onder de minimumgrens van € 2.601, dan kan het lonen een voorgenomen investering iets te vervroegen, zodat je toch voor de KIA in aanmerking komt. Het kan zomaar 28% KIA opleveren over het totaal aan investeringsverplichtingen.

Rondom de investeringsaftrek is er een aantal zaken om rekening mee te houden: het moment van het aangaan van investeringsverplichtingen (opdrachtbevestiging, ondertekening offerte e.d.), in combinatie met de tabel van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Het percentage aan aftrek is in 2023 het hoogst als het totaal aan verplichtingen ligt tussen € 2.600 en € 63.716 (namelijk: 28%). Tussen € 63.716 en € 117.991 is de KIA een vast bedrag: € 17.841. Het plannen en – voor zover mogelijk – het spreiden van investeringsverplichtingen loont vaak de moeite.

Om de investeringsaftrek ook daadwerkelijk in de aangifte inkomstenbelasting 2023 mee te mogen nemen, moet het bedrijfsmiddel in gebruik genomen zijn in 2023 óf er moet voldoende aanbetaald zijn. Anders schuift de aftrek door naar latere jaren. Afhankelijk van de verwachte winsten kan het aantrekkelijk zijn nog in 2023 een aanbetaling te doen. Let daarbij wel op de risico’s, zoals de kans op faillissement van de leverancier.

Let op! Betaal in ieder geval 25% van een nog niet in gebruik genomen investering binnen twaalf maanden na het aangaan van de verplichting tot aankoop van het bedrijfsmiddel. Doe je dit niet, dan komt de hele investeringsaftrek te vervallen (tenzij sprake is van overmacht).

Soms mag je bedrijfsmiddelen willekeurig afschrijven, zoals sommige bedrijfsmiddelen die op de Milieulijst staan of investeringen die worden gedaan als starter. Heb je deze nog niet in gebruik genomen, dan kun je toch willekeurig afschrijven over maximaal het bedrag dat je in het jaar van investeren heeft betaald.

Heb je in de afgelopen vijf jaar (dus in de periode tussen 2019 en 2023) gebruikgemaakt van de investeringsaftrek en verkoop je het bedrijfsmiddel weer of ruil je het in, dan krijg je mogelijk te maken met de desinvesteringsbijtelling, waardoor je een gedeelte van de aftrek weer moet terugbetalen. Houd hier rekening mee en wacht – indien mogelijk – met de desinvestering tot in 2024.

Let op! Niet alle bedrijfsmiddelen komen in aanmerking voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Zo zijn bedrijfsmiddelen met een investeringsbedrag van minder dan € 450 uitgesloten, maar ook uitgesloten zijn bijvoorbeeld goodwill, grond, woonhuizen en personenauto’s die niet bestemd zijn voor beroepsvervoer. Ook uitgesloten zijn de investeringen die je voor 70% of meer verhuurt.

Investeer je in meer dan één onderneming? Door een arrest van de Hoge Raad moest de KIA voor jouw investeringen in alle ondernemingen samen worden toegepast.

Het kabinet heeft alsnog duidelijk gemaakt dat vanaf 2021 de KIA per onderneming dient te worden berekend en toegepast. Dit betekent dat een ondernemer die meerdere ondernemingen heeft, voor alle ondernemingen apart de KIA mag berekenen.

De verduidelijking pakt meestal voordelig uit. Een investering van bijvoorbeeld € 100.000 in één onderneming levert namelijk minder KIA (€ 17.841) op dan twee investeringen van € 50.000 in twee aparte bedrijven (€ 28.000).

Tip! Heb je meerdere ondernemingen, dan is het met het oog op een hogere KIA dus van belang de KIA per onderneming te berekenen en te claimen.

5. Willekeurig afschrijven in 2023

In 2023 mag je op een aantal nieuwe investeringsgoederen willekeurig afschrijven. Hierdoor kun je jouw winst in 2023 verlagen, hetgeen een directe belastingbesparing kan opleveren. Anderzijds kun je daardoor de resterende jaren minder afschrijven, zodat je dan meer belasting betaalt. Willekeurig afschrijven hoeft dus niet altijd voordelig te zijn, bijvoorbeeld als jouw winst in 2023 belast wordt tegen een lager tarief dan in de komende jaren.

De faciliteit betekent dat je – rekening houdend met de restwaarde – 50% van het bedrijfsmiddel willekeurig mag afschrijven, dus ook in bijvoorbeeld één jaar; de overige 50% moet je op de normale manier afschrijven. Maar je mag er ook juist voor kiezen om over de helft van het investeringsbedrag – minus restwaarde – minder of helemaal niet af te schrijven, zodat je in de komende jaren meer kunt afschrijven.

Deze tijdelijke regeling voor willekeurig afschrijven geldt alleen voor bedrijfsmiddelen waar je in 2023 in hebt geïnvesteerd of waarvoor je in 2023 voortbrengingskosten hebt gemaakt.

Onderstaande bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor willekeurige afschrijving:

6. Vorm een herinvesteringsreserve (HIR) voor een verkocht bedrijfsmiddel

Heb je een bedrijfsmiddel verkocht en daarbij een boekwinst behaald, dan kun je de belastingheffing over de boekwinst uitstellen door een herinvesteringsreserve (HIR) te vormen. Voorwaarde is dat je een herinvesteringsvoornemen heeft en ook houdt, en van plan bent te investeren voor minimaal hetzelfde bedrag als de verkoopprijs. Je kunt de HIR in stand houden gedurende maximaal drie jaar na het jaar waarin je het bedrijfsmiddel heeft verkocht. Investeer je binnen deze termijn in een ander bedrijfsmiddel, dan boek je de HIR af op de aanschafprijs van het nieuwe bedrijfsmiddel. Investeer je niet tijdig in een ander bedrijfsmiddel, dan valt de HIR aan het einde van het derde jaar in de winst. Het is in veel gevallen voordelig om zo mogelijk een herinvesteringsreserve te vormen.

Voor het vormen en aanwenden van een HIR gelden enkele voorwaarden. Met name het genoemde herinvesteringsvoornemen is van belang. Dit voornemen moet op de balansdatum bestaan. Je kunt dit aannemelijk maken door bijvoorbeeld offertes op te vragen en advies in te winnen over een vervangend bedrijfsmiddel. Laat je hierover goed informeren en adviseren.

Let op! Het vormen van een herinvesteringsreserve is niet altijd voordelig, met name als in de toekomst over jouw winst een hoger belastingtarief van toepassing is. Stel bijvoorbeeld dat jouw verwachte jaarwinst vanaf 2024 belast wordt tegen het toptarief van 49,5%, terwijl jouw winst in 2023 belast wordt tegen een lager tarief. En stel dat je de HIR vanaf 2024 in vijf jaar afboekt op een nieuw bedrijfsmiddel, dan schrijf je vanaf 2024 vijf jaar lang minder af en betaal je meer belasting tegen een dan geldend hoger tarief.

De HIR wordt per 2024 in sommige situaties versoepeld. Het kabinet heeft namelijk besloten dat de HIR verruimd wordt bij het staken van een gedeelte van een onderneming ten gevolge van overheidsingrijpen. De maatregel is ingegeven door het overheidsbeleid gericht op de uitkoop van agrariërs, maar is niet alleen tot deze doelgroep beperkt. Door de maatregel kan het in bepaalde gevallen voordelig zijn jouw bedrijf pas gedeeltelijk te staken in 2024 in plaats van in 2023.

7. Laat jouw herinvesteringstermijn niet verlopen

Laat de termijn voor in het verleden gevormde herinvesteringsreserves niet verlopen. Een HIR die je in 2020 gevormd hebt, moet je vóór 31 december 2023 benutten. Doe je dat niet, dan valt de HIR vrij en ben je belasting verschuldigd. Investeer daarom op tijd!

Let op! Er bestaan twee uitzonderingen op de termijn van drie jaar waarbinnen je moet herinvesteren. De eerste is als vanwege de aard van het bedrijfsmiddel meer tijd nodig is. Denk bijvoorbeeld aan de investering in een chemische fabriek waarvoor diverse vergunningen nodig zijn. De tweede uitzondering is van toepassing als er bijzondere omstandigheden zijn waardoor de aankoop is vertraagd. Er moet in dat geval wel op zijn minst een begin van uitvoering met de aankoop zijn gemaakt. Ook zul je de vertragende factoren desgewenst aannemelijk moeten maken.

Door de staatssecretaris van Financiën is bekendgemaakt dat de coronacrisis doorgaans als zo’n bijzondere omstandigheid aangemerkt kan worden. Bovendien is toegezegd dat de Belastingdienst hiermee ruimhartig zal omgaan. Heb je de afgelopen jaren een HIR gevormd en heb je een begin van uitvoering gemaakt met herinvesteren, maar is dit vanwege de coronacrisis vertraagd? In de meeste gevallen zal dit dan betekenen dat je, na het derde jaar na vorming van de HIR, deze toch niet aan de winst hoeft toe te voegen. De HIR blijft dan in de boeken gereserveerd totdat verder uitstel van herinvesteren vanwege corona niet meer aannemelijk is en je de HIR op een nieuw bedrijfsmiddel kunt afboeken. Deze soepele opstelling is ook momenteel nog van kracht. Laat bij grote belangen jouw adviseur het uitstel met de Belastingdienst afstemmen.

8. Voorkom verliesverdamping

Beoordeel of jouw verlies in box 1 uit het verleden nog tijdig kan worden verrekend. Jouw verlies in box 1 in de inkomstenbelasting kun je verrekenen met positieve inkomsten in box 1 uit de drie voorafgaande jaren en de negen volgende jaren.

Tip! Dreigt jouw verlies uit het verleden verloren te gaan vanwege het verlopen van de termijn? Beoordeel dan of er mogelijkheden zijn om jouw winst dit jaar te verhogen. Je kunt bijvoorbeeld bepaalde uitgaven uitstellen of omzetten eerder realiseren. Een in januari geplande verkoop van een bedrijfsmiddel met boekwinst wordt dan wellicht in december extra aantrekkelijk. Ook kun je de afschrijving van in 2023 geïnvesteerde bedrijfsmiddelen verminderen via de regeling van de willekeurige afschrijving. Overleg met jouw adviseur over de mogelijkheden.

9. Zet jouw stakingswinst om in een lijfrente

Staak je jouw onderneming in 2023? Voorkom dan directe afrekening door de stakingswinst om te zetten in een lijfrente. Betaal je de premie voor deze stakingswinstlijfrente in 2024, dan is de premie nog aftrekbaar in 2023, mits deze vóór 1 juli 2024 is betaald.

Let op! Een betaalde lijfrentepremie vermindert de te betalen belasting, maar niet de te betalen Zvw-premie. Over de te zijner tijd te ontvangen uitkering betaal je echter ook premie Zvw. Om dubbele heffing te voorkomen, heeft de Hoge Raad beslist dat wanneer voor de FOR een lijfrente wordt gekocht, het aankoopbedrag van de lijfrente het premie-inkomen voor de Zvw verlaagt. In een ander arrest heeft de Hoge Raad beslist dat dit echter niet geldt voor stakingswinstlijfrentes.

10. Houd bij winstbepaling rekening met toeslagen

Als ondernemer in de inkomstenbelasting kun je de hoogte van de winst op het einde van het jaar voor een deel zelf beïnvloeden. Denk bijvoorbeeld aan al dan niet willekeurig afschrijven op nieuwe bedrijfsmiddelen, versneld afschrijven voor starters en toepassing van de Vamil (op milieu-investeringen) of aan het al dan niet vormen van voorzieningen en reserves.

Houd bij deze beslissingen ook rekening met jouw eventuele recht op toeslagen, nu en in de toekomst, zeker nu in 2024 met name de huurtoeslag en het kindgebonden budget fors worden verhoogd. Heb je bijvoorbeeld dit jaar geen recht op toeslagen, maar volgend jaar wel omdat je dan een huurwoning betrekt of gebruik gaat maken van kinderopvang, dan kun je waarschijnlijk beter pas volgend jaar jouw winst verlagen. Uiteraard alleen als het verschil de moeite waard is en je het je financieel kunt veroorloven.

Let op! Stel dat je door het (uiteraard geoorloofd) schuiven met inkomsten en/of aftrekposten jouw winst volgend jaar met € 10.000 kunt verlagen waardoor jouw inkomen geen € 35.000 bedraagt, maar € 25.000 en dat je volgend jaar ook een huurwoning betrekt en voor twee kinderen kinderopvang afneemt, dan kan je dit zomaar ruim € 5.100 aan extra toeslagen schelen.

11. Bijtelling delen met jouw partner?

Werkt jouw partner mee in jouw onderneming en valt hij of zij in een lagere belastingschijf? Dan kan het voordelig zijn de bijtelling voor de auto te delen met jouw partner. Je betaalt dan samen wellicht minder belasting. Valt jouw inkomen in de hoogste schijf (49,5%) en dat van jouw partner in schijf 1 (36,93% in 2023), dan behaal je een tariefvoordeel. De gezamenlijk te betalen belasting wordt echter ook beïnvloed door de heffingskortingen. Het toedelen van een deel van de bijtelling aan jouw partner kan tot hogere, maar ook tot lagere heffingskortingen leiden. De bijtelling verdelen is met name voordelig als jouw partner een inkomen heeft tot ongeveer € 22.000. Bereken daarom vooraf of een verdeling van de bijtelling het gewenste voordeel oplevert.

Let op! Een verdeling is fiscaal aanvaardbaar als aannemelijk is dat jouw partner de auto ook gebruikt voor de werkzaamheden in het bedrijf en privé. De verdeling moet naar rato van het onderlinge gebruik.

12. Profiteer dit jaar nog van de ISDE

U kunt alleen in 2023 nog gebruikmaken van de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE). Specifiek voor zakelijke gebruikers is in 2023 € 30 miljoen beschikbaar voor kleinschalige windturbines en zonnepanelen. Het aanvragen van de subsidie gaat via de site van de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Deze subsidie geldt tot en met 31 december 2023. De subsidie geldt voor alle rechtspersonen, maar ook voor de maatschap, stichting, vof en cv. De subsidie bedraagt voor kleinschalige windturbines maximaal € 66,- per m2 rotoroppervlak. De subsidie voor zonnepanelen bedraagt voor hen € 125 per kW gezamenlijk piekvermogen.

13. Profiteer nog van de bedrijfsopvolgingsregeling

De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en de doorschuifregeling (DSR) zijn belangrijke faciliteiten bij het schenken of erven van een (familie)bedrijf. De BOR/DSR kent een forse vrijstelling van te betalen belasting, op voorwaarde dat het bedrijf wordt voortgezet. De BOR wordt vanaf 2025 gewijzigd, maar een onderdeel daarvan wordt echter al per 1 januari 2024 ingevoerd. Dit betreft het aanmerken van verhuurd vastgoed als belegging. In veel gevallen is dat nu ook al zo, maar door deze wijziging zal dit vanaf 2024 per definitie het geval zijn. Deze wijziging geldt overigens ook voor de doorschuifregeling inzake een aanmerkelijk belang.

Daarnaast is een aantal wijzigingen per 2025 en per 2026 aangekondigd voor de BOR en/of DSR. In sommige situaties worden de regelingen aantrekkelijker en soms worden de regelingen juist versoberd. Van de regelingen die in 2026 in werking moeten treden, zijn de exacte voorwaarden nog niet bekend.

Tip! Overweeg je jouw bedrijf op korte termijn te schenken en wil je daarbij gebruikmaken van de BOR of DSR, bekijk dan of het – gelet op bovengenoemde wijzigingen – aantrekkelijk is dit nog in 2023 of 2024 te laten plaatsvinden of juist te wachten tot 2025.